Hongaarse Kwets (zeer oud)

Historie: 

De Hongaarse Kwets is waarschijnlijk afkomstig van Hongarije of Turkije. Ze wordt al honderden jaren gekweekt.

Synoniemen:

Draaikwets
Ongersche Quets
Violette Dattelzwetsche
Prune Datte
Prune Datte Violette
Bakpruim
d’ Autriche

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is groenachtig geel, met groengele aderen. Het is een  bijzonder vaste vrucht. De smaak is zeer zoet, wijnachtig, aangenaam, in de omstreken van Arnhem en Nijmegen voortreffelijk, op veenachtige grond beter dan dat van de Italiaanse en van de Leipziger Kwets.

Steen:

Niet groot, vrij plat, niet zeer hard, bij het openen van de vrucht valt hij er gewoonlijk uit. Eigenaardig is bij deze soort een harde verlenging boven de steen. Bij het verwijderen van de steen blijft dit verharde deel aan het vruchtvlees gehecht en vormt  als het ware nog een klein steentje boven de echte steen.

Huid: 

De huid is dik, enigszins zuur, goed van het vruchtvlees te scheiden, doorgaans meer violetblauw dan de afgebeelde vrucht, in de naad roodviolet, aan de boom bedekt met een dik, witblauw waas.

Formaat vrucht:  

Redelijk grote vrucht. Groeiend op zandgronden wordt de vrucht iets groter.

Plukrijp: 

Tweede helft van september

Gebruik:  

Geschikt als dessertpruim, maar niet van top kwaliteit. Beter te gebruiken voor gebak, konfijten en drogen.