Dubbele Boerewitte (1700)

Historie:

De Dubbele Boerenwitte is ongetwijfeld een van de oudste pruimenrassen van ons land. Wordt al zeer lang in Boskoop gekweekt. In 1740 werd het al beschreven in het boek “Pomologie of Kennisse der Vruchten en bezonder van de Appels en Peeren” van Johann Hermann Knoop. Vermoedelijk is het een pruim van Nederlandse herkomst. Daarop wijst het gegeven dat het ras al 200 jaar geleden in Scandinavië bekend was onder een Nederlandse naam. 

Synoniemen:

Eierpruim. ( in het oosten van ons land)
Arische Gele.
Witte Wijnpruim. (falso)
Prune Virginaal.
Weisze Jungfernpflaume.
Witte abricozenpruim.
Virginale à fruit blanc.
Altesse.
Doyenné. ( in de omgeving van Tiel)
In Lübeck wordt deze pruim Double Beurré Witte genoemd. Vermoedelijk is dit in het grijze verleden een verschrijving geweest van het woordje Boere. Er werd veel verkocht van Boskoop naar Lubeck.

Vruchtvlees:  

aromatisch, zoet en zeer sappig, zacht maar niet week. Geel van kleur. Kwaliteit: “Alhoewel de vrucht schoon en goed is kan deze variëteit toch niet als verdienstelijk genoteerd worden, aangezien ze rijpt in het volle pruimenseizoen en er dan verschillende gekende variëteiten op de markt komen welke de zogenaamde Eierpruim op alle gebied overtreffen” uit Monographie Standaardisatie en Cultuur van Pruimen (1941). 

Formaat vrucht:

middelmatig groot, zuiver rond.

Plukrijp:

half augustus.

Gebruik:

Geschikt voor de inmaak.