Witte Cousin (1700)

Historie: 

De Witte Cousin is een oude Hollandse variĆ«teit, waarvan de oorsprong niet meer te ontdekken is. Het is helaas nooit een heel bekende peer geweest, hoewel ze kwalitatief niet onder doet voor de Gieser Wildeman. In enkele zeer oude bronnen wordt ze al genoemd. Waarschijnlijk is ze meer dan 200 en misschien zelfs wel 300 jaar oud. 

Synoniemen:

 Blanke Cousin
Witte Kesijn
Bagijnepeer
Pachterspeer

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is wit, vrij fijn en vast. De smaak is  enigszins rins.

Bewaren: 

Deze peer is beperkt houdbaar, ongeveer tot half december.

Formaat vrucht: 

De Witte Cousin is een middelgrote peer, aan oude bomen kan zij ook groot worden. De vorm is zeer regelmatig en peervormig. De huid is bleek groenachtig geel waar zij haar naam aan te danken heeft, met hier en daar met lichtbruine roestfiguren en kleine, bleke stippen.

Plukrijp: 

De peren moeten zo laat mogelijk worden geoogst om dikte en smaak te krijgen. In elk geval nooit voor eind oktober, maar beter is nog half november. 

Consumptierijp:

November tot februari.