Winternelis (1800)

Historie: 

De Winternelis werd gekweekt door J. C. Nelis, een grote tuinliefhebber uit Mechelen (hij stierf in 1834 zijn geboortejaar is niet bekend). De peer werd verspreid door Graaf Coloma die in dezelfde plaats woonachtig was en daardoor wordt deze peer ook Coloma’s Winter-Butterbirn genoemd. Van Mons heeft Diel attent gemaakt op deze peer. Zij werd al aanbevolen in Gotha in 1857 in de vergadering van Duitse Pomologen. De peer is niet algemeen bekend geworden. 

Synoniemen:

Nélis d'hiver
La Bonne - Malinoise  Colmar Nélis
Thouin
Coloma's Winter-Butterbirn
Winter-Nelis
Nélis d'hiver

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is wit, soms ook wat gelig,  haast smeltend zacht en heeft een aangenaam zoete en kruidige smaak.

Bewaren: 

Het bewaren wordt niet genoemd echter als de peer lang aan de boom blijft hangen is zij te gebruiken van december tot februari. Is dus langere tijd te bewaren. 

Formaat vrucht:

De Winternelis is een middelgrote peer van ongeveer 6 ½ cm breed en 7 cm hoog. De vrucht is mooi peervormig, iets a-symetrisch, dik buikig en toelopend naar de steel. Onrijp is zij groen-geel, zonder de rode blos aan de zonzijde overgoten met kleine roestvlekjes. 

Plukrijp: 

december

Gebruik: 

Voortreffelijke tafelpeer die zo mogelijk lang aan de boom moet blijven hangen. Is van december tot februari te gebruiken.