Noordh. Suikerpeer (1800)

Historie:

Herkomst onbekend, vermoedelijk van Nederlandsche oorsprong. De naam doet vermoeden dat het ras uit Noord-Holland stamt en dat is ook waarschijnlijk het geval. Dat kan onder meer worden afgeleid uit het gegeven dat deze peer daar in het verleden op grote schaal werd aangeplant.

Synoniemen: 

Koningspeer.
Suikerpeer.
Dubbele Fransche Suikerpeer.
Reint Huismanpeer. (Noordbroek) 

Vruchtvlees: 

Het vruchtvlees is wit van kleur. Het is vrij droog, en van een groffe samenstelling met steencellen rond het klokhuis. De smaak is zoet, weinig aroma en snel melig. Bewaren: Niet houdbaar. Binnenkant wordt snel beurs, vroegtijdig plukken. De peer is bij hardrijpheid ook als stoofpeer te gebruiken.

Formaat vrucht: 

Deze vrucht rekent men tot de middelgrote peren. Zij is gelijkmatig van vorm, buikig.

Plukrijp: 

Augustus, het is één van de vroegste peren.

Consumptierijp:

Eind augustus

Gebruik: 

Augustus te gebruiken als handpeer mits snel na de pluk gegeten. Vroeg geplukt is het ook een goede stoofpeer.