Maagdenpeer (1800)

Historie: 

De Maagdenpeer is een oude peer, vermoedelijk van Nederlandsche herkomst. Kwam in Friesland meer voor dan in Groningen en Drenthe. Er is een blanke variëteit die vroeger minder geld opbracht én een later rijpende, die in Amsterdam ook wel “Henegouwer” werd genoemd.

Synoniemen:

Geen synoniemen bekend van de Maagdenpeer.

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is wit van kleur, tamelijk saprijk, vrij grof met om het klokhuis vaak steencellen vooral op mindere gronden. De smaak is zeer uiteenlopend beschreven van weinig aroma tot zoet en sappig en suikerachtig. Op het juiste moment geplukt wel lekker, maar snel buikziek

Bewaren:

Vrucht is zeer slecht houdbaar.

Formaat vrucht: 

Middelgroot, regelmatig gevormd, naar de kelk breed uitlopend. Licht roestbruin met lenticellen. Aan de schaduwzijde wat geel.

Plukrijp: 

Laat september-oktober. 

Gebruikstijd:

Oktober. 

Gebruik:

Geschikt als handpeer mits gelijk gebruikt. Kan in harde toestand als compote- of stoofpeer gebruikt worden. Slecht vervoerbaar.