Josephine de Malines (1830)

Historie: 

De Joséphine de Malines is in 1830 in België door Majoor b.d. Pierre Joseph d’Esperen (1780-1847) uit Mechelen gekweekt en naar zijn vrouw genoemd. Nadat hij de peer in de handel had gebracht heeft deze een algemene verspreiding gekregen. Dit was vooral te danken aan het feit dat dit een van de weinige winterperen is, die  - ook aan vrijstaande bomen groeiend - goed rijp worden. 

 

Synoniemen:

 Joséphine van Mechelen

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is zalmgeelachtig, zoals van de Conférence, fijn, boterzacht, soms een weinig korrelig om het klokhuis. Volsmeltend, zeer sappig, zoet, niet zuurachtig, met een fijn aroma, suikermeloenachtig. Rijp is zij houdbaar zonder meteen beurs te worden. 

Bewaren:

Rijp is zij houdbaar zonder meteen beurs te worden.

 

Formaat vrucht: 

De peer heeft een eigenaardige vorm, is breed en plat van onderen en loopt vrij plotseling naar de steel toe. Moet eerder klein dan groot genoemd worden.

Weinig vruchten bereiken een middelmatige grootte. 5-7 cm breed, 6-7 cm hoog, gewicht 110-140 gram. De peer is tolvormig, kelkbuikig; vruchtzijden effen, zelden bultig, dikwijls asymmetrisch. Plukrijp: 

Zeer laat, vruchten hangen nog eind oktober begin november, stormvast en komen slechts moeilijk los. Bij te vroege oogst verwelken zij tijdens het opslaan. In oktober pikken mezen aan de steelzijde, daarom is bescherming met netten noodzakelijk.

Consumptierijp: Januari tot maart.

Gebruik: 

Een 1e klas zeer fijne, heel sappige wintertafelpeer voor vers gebruik. Zij is zelden misvormd is of gebarsten, maar moet, evenals alle wintervruchten, niet te vroeg worden geplukt.