Jodenpeer (1700)

Historie: 

De exacte herkomst van de Jodenpeer is onbekend. Het is vermoedelijk een Nederlandse variëteit, maar kan ook uit Frankrijk komen. In de literatuur wordt deze soms verwisseld met Beurré Gris en Graue Herbstbutterbirn. Het moet een zeer oud ras zijn, daar zij al in de Middeleeuwen werd vermeld.
De peer werd in Amsterdam langs de straten gevent, vandaar de naam, die als handpeer werd verkocht, maar die ook vaak als stoofpeer werd gebruikt.
Kwaliteit zeer wisselend, afhankelijk van de zomerzon en de standplaats. Kan zeer zoet zijn. Kookt mooi rood. 

Synoniemen:

Poire Yat.
Gute Graue. Gråpäron.
Dubbele Jut.
Konings Jut.
(Jodenpeer.)
De originele naam is eigenlijk Jut.

Vruchtvlees:   

Het vruchtvlees is wit, matig sappig en flauw zoet.

Bewaren: 

Deze peer kan bewaard worden, maar niet zo lang. 

Formaat vrucht: 

Middelgroot, gelijkvormig, peervormig

Plukrijp: 

Kan geplukt worden van oktober tot november

Gebruik: 

Te gebruiken als stoofpeer.