Heerepeer (1758)

Historie: 

Bij het naspeuren naar de historie van de Heerepeer stuit men op enige verwarring. In Knoops Pomologia is de Heerepeer een synoniem voor Bergamotte ´Automne, echter in De Deutsche Pomologie van W. Lausche gaat het hier om Esperen´s Herrenbirn. In hetzelfde boek vindt men onder Bergamotte d´ Automne weer een geheel andere vrucht. Derhalve maak ik een dubbele beschrijving uitgaande van beide soorten.

 Uitgaande van de  Esperen’s Herrenbirn:

 Over de oorsprong van deze peer tast men enigszins in het duister. Waarschijnlijk werd zij eind twintiger jaren bij Fiévée bij Naubuge in Frankrijk gekweekt. Van Mons verspreidde de peer en vernoemde ze naar de Majoor Esperen te Mechelen wegens zijn grote verdiensten voor de Pomologie. Oberdieck kreeg de peer echter naamloos van Van Mons en Dr. Liegel verspreidde de peer als Obedieker peer. In de derde verzameling van de Duitse Pomologen te Berlijn in 1860 werd deze vrucht voor algemene aanplant aanbevolen als piramide en horizontaal/cordon leiboom.

Synoniemen:

 Belle Lucrative
Gresillier
Bergamotte Fiévée
Seigneur
Excellentissima
Gresillier,
Bergamotte Lucrative
Esperen's Herrenbirne

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is wit tot wit-groenig schemerend. De structuur is zeer fijn, smeltend, sappig, van uitstekende smaak met een fijn aroma.

Bewaren: 

Plukt men de rijpe vruchten, dan zijn deze nog 14 dagen houdbaar. Plukt men in delen de rijpe vruchten van de boom dan kan het gebruik met 2 weken worden verlengd.

Formaat vrucht: 

Middelgroot: ongeveer 8 cm breed en 8 cm hoog. De vrucht is deels afgestompt, kegelvormig maar ook enigszins rond tot eivormig van vorm.

Plukrijp: 

Deze peer rijpt midden september.

Gebruik: 

Zeer fijne tafelpeer.