Emile d’Heyst (1830)

Historie:

Gewonnen door Majoor d'Esperen te Mechelen (België) omstreeks 1845. Droeg voor het eerst in 1847 (het sterfjaar van Majoor d' Esperen). Is genoemd naar Emile Berckmans te Heyst op den Berg. 

Synoniemen: 

Van deze soort zijn geen synoniemen bekend.

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is wit, zeer saprijk, smeltend, iets rins met en aangenaam aroma.

Bewaren:

De vrucht behoort tot de late herfstperen, is matig houdbaar en laat zich matig bewaren. Veel last van moniliarot vooral van die peren die geen steel meer hebben. Ook kunnen de peren snel buikziek worden. In de koeling tot half januari.

Formaat vrucht:

Middelgroot, vrij onregelmatig van vorm. Bij de steel afgeknot.

Plukrijp:

eind oktober.

Consumptierijp:

oktober - november. Behoort tot de goede late herfstperen.

Gebruik:

Sappige handpeer. De peer is bij hardrijpheid ook als stoofpeer te gebruiken.