Dirkjespeer (1780)

Historie: 

Afkomst Noord-Holland en Friesland. Al in 1830 bekend. Er is echter geen beschrijving van de exacte vindplaats of het ontstaan van deze peer. 

Synoniemen:

Geen echte synoniemen bekend van deze peer. Is wel eens Discuspeer genoemd.

Vruchtvlees:   

Wit grofkorrelig en iets vastig vruchtvlees, wat redelijk sappig is,  met een fris-zoete en toch ook  een aangenaam rins aroma. 

Bewaren: 

In augustus is de Dirkjespeer  normaliter slechts één week houdbaar.Deze peer laat zich echter ook goed drogen en  is gedroogd ook in de winter nog goed te gebruiken maar dan niet als handpeer.

Formaat vrucht: 

Klein tot middelgroot. Brede, regelmatig gevormde vrucht. Afgestompt elliptisch van vorm.

Plukrijp: 

De pluktijd is als het een goed seizoen is al vanaf half Augustus. Het is daarmee een vroegrijpe peer. De peren aan een boom rijpen onregelmatig. Er kan dus vrij lang geoogst worden.

Gebruik:

Nét geplukt is dit een lekkere handpeer. Later is deze peer beter als stoofpeer- dan als handpeer te gebruiken.