Conference (1850)

Historie: 

De Conference is in 1884 als toevallige zaailing gevonden, vanuit het ras “Léon Leclerc de Laval”. Kweker was T. Rivers uit Sawbridgeworth in Engeland. Pas in 1895 kreeg deze peer zijn naam en werd ter gelegenheid van de “Britisch National Pear Conference” uiteindelijk “Conference” genoemd. Al vrij snel kreeg dit ras een belangrijke positie binnen de Europese perenteelt. In het noord westen van Europa is het veruit de meest geteelde peer. Naast de goede smaakeigenschappen had het ras deze positie vooral te danken aan de zeer goede bewaarbaarheid. De laatste decennia is door een gewijzigde teelttechniek de kwaliteit van Conference nog verder verbeterd, waardoor het ras inmiddels is uitgegroeid tot de onbetwiste nummer 1 in de perenteelt in Nederland en België.

Synoniemen:

Conference origineel. (Engels)
Konferenzbirne. (Duits)
Conférence. (Frans)
Konferencija. (Russisch)

Vruchtvlees:  

De Conference is de sappigste van alle pitvruchten. Door het geringe zuurgehalte smaken de vruchten overwegend zoetig. Het vitaminegehalte is lager, het mineraalgehalte hoger dan bij de appel. Een peer bevat 247 kJ per 100 gram vruchten. Vlak onder de schil groenachtig tot geelachtig wit, naar het klokhuis toe zalmgeel, zacht, volsmeltend, suikermeloenachtig, zeer sappig, zoet, nauwelijks zurig, kruidig; Hoedanigheid van de vrucht ieder jaar goed.

Bewaren:

Afhankelijk van het pluktijdstip is deze peer in een koele ruimte nog een paar maanden te bewaren

Formaat vrucht: middelgroot tot groot; 50 - 70 mm. Breed; 90 - 110 mm. Hoog; gewicht 100 - 200 gr., gemiddeld 150-160 gr.; SG 1; vorm lang tot extreem lang peer-, flesvormig, midden- tot kelkbuikig, steelwaarts kegelvormig, versmald. Vruchtzijden meestal symmetrisch, glad.

Plukrijp: 

De peren worden meestal geplukt als ze nog hard zijn. De Conference kan vanaf de tweede week van september geplukt worden.

Consumptierijp: 

Van oktober tot eind november.

Gebruik:

Een goede tafelpeer voor vers gebruik, voor huishoudelijke verwerking, bij conserven op sap troebel door afscheiding van vruchtvlees; bij overproductie gebruikt voor verwerking van sap als ze hardrijp zijn. Bij hardrijpheid is de peer ook geschikt om te stoven.