Beurré Hardy (1820)

Historie: 

De Beurré Hardy is een oud Frans perenras. De peer is gekweekt door Bonnet te Boulogne-sur-Mer omstreeks 1820 en rond 1840 is de peer door Jean-Laurent Jamin in Bourg-la-Reine op de markt gebracht onder de naam Beurré Hardy, genoemd naar de toenmalige directeur van “des Jardin du Luxemburg”. Een Duitse pomoloog Oberdieck kreeg de peer naamloos van van Mons en noemde de peer naar de fabeldichter Gellert (zie synoniem).

Synoniemen:

Gellerts Butterbirne

Vruchtvlees:  

De Beurré Hardy heeft wit vruchtvlees, wanneer de vrucht rijper is vrij sterk geel gekleurd, rond het klokhuis licht rozig getint. De peer is smeltend zacht, saprijk en zeer smaakvol harmonisch zoetzuur en zeer aromatisch 

Bewaren:

Slechts kort te bewaren (+/ - 1mnd).  Moeten goed op tijd worden gegeten, daar ze nog al snel beurs worden. 

Formaat vrucht: 

Middelgrote tot grote (± 8 cm breed en 9 cm hoog), stompe kegelvormige roestbruine vrucht. Dikbuikig, tolvormig, hobbelig, steeds dikker aan één kant. De vrucht heeft een eigenaardige, dikwijls vrij veel afwijkende vorm, soms treft men vrij hoge peren aan met een regelmatige dikte, ook bij den steel, dan weer treft men vruchten, die vrij kort en dik zijn. 

Plukrijp: 

Plukken in de tweede helft van september - te consumeren in oktober.

Gebruik: 

Grote lekkere handpeer. Als de vrucht hard is, is zij ook goed als stoofpeer te gebruiken, ze kleurt dan roze. Uitstekende dessertvrucht