Beurré Diel (1805)

Historie: 

Beurré Diel is een peer van Belgische oorsprong omstreeks 1805gevonden door de heer Meuris die als hoofdhovenier in dienst was bij Van Mons op de pachtboerderij `Dry Toren`(Trois Tours) in Perck bij Vilvoorde. Door Van Mons is de peer in 1819 “Beurré Diel genoemd, naar en ter ere van een toenmalig bekend pomoloog: Diel. In de volksmond werd de peer de Dry Toren genoemd. In 1821 kwam de peer naar Frankrijk en Duisland en is daar op grote schaal verspreid. Op de Duitse pomologenvergadering te Trier in 1874 werd de peer aanbevolen voor algemene aanplant en enkele jaren later in Potzdam ook aanbevolen als horizontale leipeer.  

Synoniemen:

Melon de Knoop
Diels Butterbirne
Drijtoren
Dorothée
Guillaume de Nassau
Beurré Royal
Céleste
Meloenpeer
Beurré Magnifique
Dry-toren
Beurré des Trois

Vruchtvlees:  

Geelachtig wit, zeer saprijk, smeltend op de tong. De smaak kan, afhankelijk van standplaats en weersomstandigheden variëren van zeer smakelijk en een aangenaam rijk aroma tot smakeloos of zelfs raapachtig (knollerig). Rond het klokhuis steencellen., tamelijk grof van korrel.

Bewaren:

Is de peer op een warme plaats gekweekt, dan kunnen het prachtige peren worden, die, eens rijp, zich vrij lang goed houden. Aan vrijstaande bomen gegroeide vruchten gaan soms barsten en krijgen wel zwarte plekken.

Formaat vrucht:

Van middel- tot zeer groot. 60 - 95 mm. breed, 75 - 115 mm. hoog, gewicht 120 - 300 gram. Vorm is zeer variabel, breed peervormig, massief, gedrongen, midden- of kelkbuikig, naar de steel toe slanker, iets ingesnoerd, stompkegelvormig, afgeplat. Vruchtzijden oneffen en niet altijd symmetrisch. Vorm is zeer afhankelijk van de standplaats.

Plukrijp: 

Midden oktober

Consumptietijd

midden oktober tot eind december

Gebruik:

Een eerste klas tafelpeer met voortreffelijke smaak. Voor vers gebruik, keuken gebruik en voor compote en conserven.