Beurré de Mérode (1765)

Historie: 

De Beurré de Merode, een oude handpeer, komt oorspronkelijk uit Mons en is in 1819 door van Mons genoemd naar Graaf Mérode van Westerloo. Deze peer wordt nog vrij regelmatig in oude boomgaarden aangetroffen m.n. in het noorden.

Synoniemen:

Beurré de Mérode
Doyenné Boussoch
Double Philippe
Dubbele Flip
Beurré de Westerloo

Vruchtvlees:  

Kristalachtig, knappend en als de vrucht goed rijp is zeer sappig en smeltend op de tong. Het vruchtvlees is vrij grof van structuur tot wat korrelig, wit tot geelwit van kleur. De smaak is min of meer rins en aangenaam fris met maar weinig aroma. Soms ook is de smaak matig. De vrucht wordt niet snel beurs.

Bewaren:

De peer wordt vaak te laat geplukt, men kan het best de vruchten plukken als ze nog nét niet rijp zijn en deze enige tijd te bewaren. Het is opmerkelijk, dat vruchten, die laat worden geplukt, niet zelden tot half November bewaard kunnen worden, de smaak wordt er dan echter niet beter op. De vruchten zijn zelden gebarsten of misvormd.

Formaat vrucht: 

De peer is gewoonlijk van middelmatige grootte, soms zelfs vrij groot (± 8cm breed en 9 cm hoog), altijd zwaar met betrekking tot haar grootte. De vorm kan soms zeer afwijkend zijn ; dan eens treft men korte, dikke vruchten, dan weer vrij lange exemplaren; echter bij de steel altijd sterk afgeknot, van onderen dik en rond.

Plukrijp: 

Plukrijp in september, consumptierijp oktober. 

Gebruik:

Een goede 2e klasse tafelpeer, die om haar gaaf voorkomen, kleur en grootte graag op tafel werd gezet.