Morel (1758)

Historie: 

De afkomst van deze zeer oude kers is niet op te sporen.
In het kort stamt de Morel af van de Oerkers. Al in het oude Griekenland kende men de Macedonica, mogelijk de voorvader van de vroege morellen. Waarschijnlijk ligt het oorsprongsgebied van de kleine rode vruchten rond de Kaspische Zee. Mogelijk heeft Alexander de Grote daar de kersen en krieken vandaan gehaald. Ook de Romeinen hadden een kersencultuur en kenden onder andere de Lutatia. Ook dit zou een voorvader kunnen zijn van de morellen. Vooral dankzij de Romeinen en daarna de kersenetende monniken vindt de verspreiding van kersen en morellen plaats. Benedictijnen hebben in hun abdijtuinen kersen aangeplant. Karel de Grote was een groot promotor van de kers. Hij liet bij zijn paleis in Aken 1125 kersen aanplanten. Er is door de eeuwen heen geregeld geschreven over geneeskrachtige werking van kersen en morellen. (het zou helpen tegen maagklachten en onfrisse adem).

Synoniemen:

Brusselsche Bruine

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is zacht en saprijk, aangenaam zoetachtig rins van smaak. Hij is veel minder zuur dan de Zure Morellen. Het sap kleurt donker.

Steen:

De steen is iets kleiner dan die van de Zure Morel.

De huid:

De huid is bijna doorschijnend donker bruinrood en glanzend.

Formaat vrucht:

Dit is een gemiddeld grote kers. De kers is bijna rond, een beetje samengedrukt aan de buikzijde.

Plukrijp: 

Er wordt genoemd augustus, maar ook juni en juli.

Gebruik: 

Augustus. De Morel kan lang bewaard worden en is van gemiddeld goede tot zeer goede kwaliteit.