Kersen en Mispel

Van de vele soorten kersenbomen die bestaan zijn er in deze boomgaard slechts een drietal aanwezig.

Er is redelijk veel soorten kersenbomen. In onze boomgaard staan er slechts drie. Als redenen van dit kleine aantal kunnen genoemd worden dat een kersenboom veel aandacht vraagt en kersen zo dicht aan de kust niet altijd optimaal fruit geven.
Kersenbomen zijn bomen die net als de pruimen steenvruchten geven. Steenvruchten zijn vlezige vruchten waarvan het binnenste gedeelte ( het zaad) steenhard is.
Alle gekweekte kersenbomen stammen af van één wilde soort, de wilde kers of boskriek (Prunus avium). Het vertegenwoordigt een heel oud vruchtdragend houtachtig gewas. De eerste sporen van gekweekte kersen zijn van de 4e eeuw vóór de jaartelling.
De huidige kersenbomen kunnen 80 jaar oud worden en in piramidevorm wel 20 meter hoog. De kers is een geliefde vrucht bij mens en dier. Het is bekend dat de kersenkweker veel moeite moet doen om de vogels te bestrijden als de vrucht rijp is.   
Die vruchten ontwikkelen zich aan een kort takje.
Kersenbomen kunnen onderverdeeld worden naar rijptijd (kersen weken) die begint rond 1 juni, maar rond half juni wordt het meeste geoogst. 
Er zijn zoete, zoetzure en zure kersen. De kleur varieert van (blauw)rood tot lichtgeel met rode blos.


De mispelboom, in deze boomgaard is er slechts één, is een vreemde eend in de bijt. Zij is een plant uit de rozenfamilie en verwant aan de appel en de peer. Zij bloeit in mei en juni met 4 cm grote crèmewitte bloemen. De mispel kwam in Duitsland in de bossen verwilderd veel voor waardoor men dacht dat de boom daar inheems was, hetgeen in de naam ‘Mespilus Germanica’ tot uitdrukking komt. Doch 3000 jaar geleden kwam de mispel al in de omgeving van de Kaspische Zee voor. En is via Griekenland en Italië naar hier gekomen.Aanbevolen wordt de vruchten in oktober of november na een nachtvorst te plukken en ze, met de bovenkant naar onderen, twee tot drie weken te bewaren op een koele plaats. De vrucht wordt ‘beurs’ waarbij de kleur verandert van groen naar donkerbruin en de smaak zoet weeïg proeft. Voor sommigen is de mispel een lekkernij. Het gezegde  “zo rot als een mispel” slaat dus in feite op een lekkernij.