Rabauw (12e eeuw)

Historie: 

Over de herkomst van de Rabauw is niets bekend. Waarschijnlijk is het een Hollandse appel, echter zij kan ook heel goed haar oorsprong in Groot Brittannië hebben. Dit omdat zij in 1670 voor het eerst beschreven werd onder de naam “Reinette grise d’Angleterre”, door Dom Claude Saint-Etienne, die dit dus duidelijk voor een uit Engeland ingevoerde soort hield. 

 

 

Synoniemen:

Reinette grise d’automne
Graue Herbst-Reinette
Reinette marbrée
Grosse gelbe Reinette
Grosse graue Reinette
Grüne Reinette
Deutsche Reinette
Sommer/Rabau )volgens Mùller bezitten wij onder de naam Rabau andere variëteiten. 

Vruchtvlees: 

Het vruchtvlees is geelachtig van kleur met groene aderen. Het is zacht van structuur, vrij fijn, niet zeer saprijk. De smaak is zuur, zonder enige geur, volgens menigeen onaangenaam.

Bewaren: 

Deze appel is niet goed te bewaren. Er wordt gemeld dat zij na oktober niet meer gebruikt kan worden.

Formaat vrucht: 

Deze vrucht behoort tot de grote tot zeer grote appels. De schil is dik, groenachtig geel van kleur en aan de zonzijde enigszins bruinrood met geel. Soms ook geheel overdekt met run, grauw roes, dat de groengele grondkleur laat doorschemeren. 

Plukrijp:

De tijd van plukken wordt niet genoemd.

Gebruik: 

Door de zure smaak en het weinige sap is deze appel slechts geschikt om in gerechten te verwerken.