Peperappel (1800)

Historie: 

Het is niet bekend waar deze appel vandaan komt. De Peperappel wordt al heel lang in ons land gekweekt, maar is nooit door een van de  bij geen der buitenlandse pomologen beschreven.  In de zoektocht naar de herkomst van de Peperappel zijn ooit  entrijzen gezonden aan den heer Oberdieck, die daarop schreef, dat hij deze variĆ«teit vroeger niet kende, maar het een voortreffelijke vrucht vond en haar daarom wel wenste te bezitten.

Synoniemen:

Bristol-Reinette.
Reinet Tulpa (in Zeeland).

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is geelachtig wit, met groengele aders, zeer fijn, zacht, saprijk, en met een aangename, rins-zoete, wijnachtige, enigszins geurige smaak.

Bewaren: 

 

Formaat vrucht: 

De Peperappel is een kleine vrucht met een zeer regelmatige vorm. De kleur is een onzuiver groenachtig geel, soms wat lichter geel aan de schaduwzijde en wat rood aan de zonzijde wat streperig over de schil lopend. De schil is dun en glad, glanzig, niet vettig.

Plukrijp: 

In de helft van de maand oktober is de tijd dat deze appel behoort geplukt te worden.

Gebruik:

Van januari tot eind april. Het is een eerste rang dessertappel, ook vanwege de mooie vorm. Zij is ook prima geschikt voor het maken van appelkoekjes.