Loddington (1810)

Historie: 

Waarschijnlijk is deze appel afkomstig uit Engeland; met zekerheid durven wij dit echter niet zeggen, aangezien wij geen Engelsche beschrijving kunnen vinden. Deze uitmuntende appel is zoo goed als niet verspreid, hij wordt enkel aangetroffen in de Betuwe. Wij vonden hem althans in een Betuwsche inzending op de tuinbouwtentoonstelling te Assen in 1904.

Synoniemen:

Er zijn geen synoniemen bekend van de Loddington. Vruchtvlees:  wit, zacht en sappig, later bij overrijpheid meer droog en vezelig, zoet-zuur van smaak met een eigenaardig, niet onaangenaam aroma; lekker vooral voor liefhebbers van niet-zure appels.

Bewaren: 

Formaat vrucht: 

De vrucht heeft een zeer karakteristieke vorm; soms vrij hoog en breed, moet de Loddington echter altijd een hoog-ronde appel worden genoemd, dikwijls met diepe voren vanaf de kelk tot aan de buik. Behoort tot de grote appels, kan zelfs geregeld enorm groot worden; kleine vruchten treft men nooit, middelmatige zelden aan. Gewoonlijk is de schil glad en gaaf, hardgroen, met soms wat lichte strepen, met een roodbruine kleur aan de zonzijde. Tegen het rijpen wordt de schil iets vettig en geelgroen.

Plukrijp: 

Hier wordt niets over vermeld.

Gebruik: 

Is een uitmuntende pot-appel, voor alle doeleinden in de keuken geschikt, men moet er daar echter wat voorzichtig mee zijn, omdat hij snel stuk kookt. Overigens kan de Loddington, op het juiste tijdstip gebruikt, als tweede klasse tafelappel in aanmerking komen.