Lekker Beetje (1845)

Historie: 

De herkomst van deze appel is onbekend. Zij wordt al sinds onheuglijke tijden gekweekt en zelfs verzonden. 

Synoniemen:

Pigeon Rouge
Duivenappel (rode) Jerusalems Appel.
Lekkerbeetje (Noordholland).
Winter-Zijden-Hemdje (Overijssel).
Rother Winter-Tauben-Apfel (Koniglicher Taubling.
Coeur de pigeon.
Pomme de Jerusalem.
Mandel-Apfel.
Mandel-Täubchen. Schönnettchen (Saksen).
Buschnettchen: Marienhemdchen.
Pigeon

Vruchtvlees: 

Het vruchtvlees is wit, met geelgroene adertjes om het klokhuis. Het heeft een fijne structuur, is vrij zacht, zeer saprijk met een amandelachtige aangenaam frisse smaak.

Bewaren: 

Wordt niet echt aangegeven. Deze appel kan niet gedroogd waren, maar gekoeld blijft zij wellicht goed tot maart.

Formaat vrucht: 

Het Lekker Beetje is een zeer regelmatig gevormde appel. Heel zelden is ze iets lager dan op de afbeelding. Aan bomen op de wilde appel geënt blijft de vrucht wat kleiner. Meestal is de kleur wat helderder rood dan op de afbeelding, soms ook donker rood gevlamd, zeer fijn, glad, met fijne stippen, omgeven door kleine, witte kringetjes.

Plukrijp: 

Wordt niet vermeld.

Gebruik:

Van november tot maart te gebruiken voor elk doel, behalve om te drogen. Een heel goede appel.