Keswick Codlin (1790)

Historie: 

De Keswick Codlin is omstreeks 1790 gewonnen te Ulverston (Groot Brittanië)  Volgens het Handbuch vond men de boom op een puinhoop te Gleaston Castle, nabij Ulverston. Mr. John Sander, boomkweeker te Keswick, heeft deze variëteit in de handel gebracht; ook Rivers noemt hem in zijn Catalogue.

Synoniemen:

Keswick Codlin
Keswicker Küchenapfel

Vruchtvlees: 

Het vruchtvlees is witachtig geel. De structuur is niet fijn maar wat vlokkig, zacht, tamelijk droog, wijnachtig zuur van smaak. Heeft vrij veel last van stippigheid.

Bewaren: 

 

Formaat vrucht: 

De Keswick Codlin is een middelgrote vrucht die vrij onregelmatig is gevormd. Meestal is zij hoger dan breed en vrijwel altijd voorzien van een “naad”, die loopt van de kelk naar de steel. De schil lijkt wat wollig en is wit groen tot groen van kleur. Bij rijpheid kan zij ook iets gebruind zijn aan de zonzijde, maar heeft zelden rood. De vrucht is bezaaid met kleine, witgrauwe stipjes die in een wit kringetje zijn geplaatst.  

Plukrijp: 

Begin september.

Gebruik: 

De Keswick Codlin wordt gebruikt van augustus (direct van de boom) tot oktober, maar het best in september. Is een prima appel voor keukengebruik. Vooral voor appelmoes en voor appelpannenkoeken. Voor het laatste doeleinde moet men ze ongeschild gebruiken, omdat het vruchtvlees ander meteen tot moes wordt in de pan en de pannenkoeken daardoor zouden breken.