Jacques Lebel (1825)

Historie: 

Jacques Lebel was een boomteler uit Amiens in Noord-Frankrijk. Hij kweekte rond 1825 uit een zaailing een nieuw appelras. In Duitsland wordt de goede man ook wel Jacob Lebel genoemd. Hij was niet degene die deze appel (toevalstreffer) in de handel bracht. Dat was in 1849 de boomkwekerij Leroy in Angers. De appel werd internationaal verspreid. In zuidelijk Nederland, in België, Frankrijk en vooral ook Duitsland teelde men Jacques Lebel. 

Synoniemen:

Double des Vosges (Frankrijk)
Jakob Lebel (Duitsland)

Vruchtvlees:  

goed uitgerijpte (aan de boom) vruchten zijn groenachtig, geelachtig wit, luchtig, fijncellig, zeer sappig, pittig zurig, weinig zoet, zwak aroma met een zeer aangename smaak. Bewaren: In natuurlijke opslag (koele droge plaats) zonder slap te worden tot januari. Schil wordt vetter, houdt vuil van opslagplaats vast, in koelopslag bij +2ºC tot februari. Het transport levert problemen op vanwege de zwakke schil.

Formaat vrucht:

Middel, groot tot zeer groot. Grof en onregelmatig. Breed 80 mm, hoog 63 mm, gewicht 185 gram. Breedbolvormig, steel- en kelkzijde afgeplat.

Plukrijp: 

De pluk kan reeds beginnen vanaf eind augustus en voortgezet worden tot einde september. Men kan de vruchten niet langer aan de boom laten hangen vanwege zijn korte steel en is uitermate windgevoelig. Bovendien duwen de vruchten elkaar letterlijk af.

Gebruik: 

Goed rijpe vruchten voor vers gebruik, zeer geschikt voor verwerking tot moes, omdat de vrucht tijdens de bewaring steeds zoeter wordt zodat er minder suiker aan de appelmoes toegevoegd hoeft te worden. Is ook geschikt voor extractie van pectine. Compote, sap, als gedroogde vruchten en verwerking in taarten. De kwaliteit van de appel als handappel wordt beter als men de appel langer laat rijpen aan de boom. Dit is niet zonder risico: de appels waaien gemakkelijk van de boom, ook al omdat de appels in trosjes hangen en elkaar soms bijna van de tak verdringen.