Cox’s Pomona (1825)

Historie: 

Een oude, bekende appel oorspronkelijk uit Engeland . Deze appel kon men overal aantreffen. Hij is bijna even bekend als de Keizer Alexander. Tegenwoordig  wordt deze variëteit nog van betekenis aangetroffen in Noord-Holland, maar ook daar verdwijnt zij uit de cultuur. Gewonnen door Cox nabij Slough (Eng.) in 1825.

De kwaliteit der vrucht is goed, zonder meer en geleidelijk is deze van uiterlijk zeer fraaie vrucht door andere, beter smakende, vervangen.

Een goede late herfstappel.

Synoniemen:

Van deze soort zijn geen synoniemen bekend.

Vruchtvlees:  

Van groenachtig wit tot mooi blank. Saprijk, zacht en knappend, fris zachtzuur, met gering aroma. Als de vrucht overrijp is, wordt het vruchtvlees wat droger en verliest zijn smaak.

Bewaren:

Hoewel deze appel vrij lang bewaard kan worden, moet hij toch niet te lang blijven liggen, omdat hij dan zijn smaak verliest.

Formaat vrucht:

De vorm is plat en breed, meestal met ribben als bij de Calvilles; zelden treft men ietwat hoge vruchten aan, waardoor de vorm zeer karakteristiek is. De grootte kan erg uiteen lopen. Aan leibomen en kleine vormen treft men meestal zeer grote tot grote vruchten aan, terwijl de vruchten aan hoogstam vormen meestal slechts middelmatig groot worden. Toch moet deze appel beslist tot de grote vruchten worden gerekend, vandaar zijn waarde als marktvrucht.

Plukrijp:

De Cox’s Pomona kan geplukt worden in oktober en tot december bewaard worden. 

Gebruik:

Oktober - December. Het is een uitmuntende marktvrucht, die èn om haar kleur en om haar grootte steeds grage kopers heeft gevonden. Door de kleur en grootte werd deze appel door velen verkozen boven kleinere appels, die veel fijner zijn en veel meer aroma hebben. Men ging meer af op het uiterlijk van deze vrucht dan op de smaak.