Cox's Orange Pippin (1825)

Historie: 

Gewonnen door Cox te Colnbrook, Engeland, omstreeks 1830. Vermoedelijk gekweekt uit een zaailing van Ribston Pippin.

Synoniemen:

Pippeling, Cox Orange
Cox Orange Pippin Apple
Pomme reinette orange de Cox.
Cox' s Orange Pippin
Cox's Orange-Peppin
Orange de Cox
Cox's Orangen-Reinette  

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is geelachtig of roomkleurig met opvallende groengele aderen. Zij is vrij vast, maar van een fijne  structuur. Saprijk,  zoetachtig zuur met een uitgesproken aroma, bijzonder geurig.

Bewaren: 

Deze appel laat zich goed enkele weken bewaren.

Formaat vrucht: 

Middelgroot, ongeveer 7 cm breed en 6 ½ cm hoog. Zeer regelmatig van vorm. De kleur is rood, bij rijpheid geel met helderrood en bij de steel wat roest. Aan de zonzijde kan zij gevlamd zijn met fijne, bruinrode, onregelmatig verspreide stipjes.

Plukrijp: 

Consumptierijp:  hierover bestaan verschillende meningen van oktober  tot december, van november tot februari en zelfs van november tot maart.

Gebruik: 

vroeger een zeer waardevolle handelsappel, als dessertappel algemeen gevraagd en een der meest aanbevelenswaardige vruchten voor het dessert.