Cellini (1820)

Historie: 

De Cellini is een appel van Engelse oorsprong, in de handel gebracht door M. Leonard Phillips te Vauxhall. De vrucht is algemeen verspreidt, voorna¬melijk in Noord- en Zuid-Holland. Het was daar een zeer gezochte marktappel. Ook voor andere streken werd zij aanbevolen.

Synoniemen:

Er zijn geen synoniemen bekend van de Cellini.

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is wit van kleur, zacht en knappend van structuur. Bij goede rijpheid sappig; als de vrucht nog niet rijp of te rijp is gewoonlijk meer droog. Hoewel het vruchtvlees weinig aroma heeft, is het toch een lekkere, fris-zure appel.


Bewaren: 

De Cellini kan enige tijd bewaard worden.

Formaat vrucht: 

De Cellini is vrij hoog, soms kogelrond. De vrucht is eerder groot dan klein en kan soms, als slechts enkele exemplaren aan de boom hangen, zelfs groot worden. 

De schil is mooi glad en gaaf, bijna altijd zonder roestvlekken; vóór het rijpen groen van kleur met aan de zonzijde een weinig paars-bruin. De rijpe vrucht is mooi geel, terwijl dan het paarsbruin mooi rood of roodbruin wordt.

Plukrijp:

eind september

Consumptierijp:

oktober - december

Gebruik: 

De Cellini mag geen eerste klasse tafelappel genoemd worden. Het is wel een eerste klas keukenappel die bij goede rijpheid ook als tafelappel gebruikt kan worden.

De Cellini doet aan de Amerikaanse appels denken. Deze zijn ook steeds mooi, groot, glad en gaaf, maar echter met weinig aroma.