Calville Rouge d’Automne (1700)

Historie: 

Volgens  André Leroy is de Calville Rouge d’ Automne afkomstig uit de Auvergne. In 1670 werd deze soort voor het eerst beschreven door de Pomoloog Claude St. Etienne. In Duitsland en Frankrijk is dit een algemeen verspreide soort geweest en zij werd in 1857 in Gotha door de Pomologen toegevoegd aan de lijst voor aanplant aanbevolen appelsoorten.

 

Synoniemen:


Roode Rammelaar
Geldersch Present
Roode Wijnappel (Noord-Brabant en Groningen)
Kroot appel (Noord-Holland en aan de rivier de Lek)
Edelkönig (Diel)
Rother Herbst-Calvill
Rother Beerapfel (Coburg)
Calville rouge d'automne
Grelot
Sonnette
Pomme violette
Calville d'automne
Rother Herbst-Calvill  

Vruchtvlees: 

 Het vruchtvlees is, als de vrucht rijp is, wit, met veel rood vermengd, vooral rondom de kelk en rondom het klokhuis. Zij is vrij fijn van structuur en saprijk met een aangename zoetachtig zure smaak met soms een zweempje rozengeur. De cellen ven het klokhuis zijn groot, met matig grote, bruine, meestal losse pitten, die, wanneer men de vrucht sterk schudt, daarin rammelen ; vandaar wellicht de namen “Grelot en Sonnette”, wat je zou kunnen vertalen als “Rammelaar”.

Bewaren: 

Zij is begin oktober rijp voor de opslag en kan bewaard worden tot nieuwjaar. 

Formaat vrucht: 

Dit is een middelgrote vrucht van ongeveer 7 ½ cm breed en 7 cm hoog.  Zij zijn meestal zeer regelmatig gevormd. De fijne, gladde, vetachtige schil is donker karmozijnrood, aan de zonzijde bruin- tot zwartrood. Vruchten die geheel in de schaduw hangen kunnen groene en zwarte vlekjes vertonen.

Plukrijp: 

Laat in de maand september.

Consumptierijp:

Van begin oktober tot januari.

Gebruik:

Een tweede klasse tafelappel, maar van de eerste rang voor keukengebruik.