Baumann's Reinette (1811)

Historie: 

Deze appel is uit België afkomstig en werd gevonden door den heer Van Mons, welke hem noemde naar Napoleon Baumann uit Bollwiller (Elsass) eigenaar van de kwekerijen aldaar. De Reinette Baumann is in de 7e pomologen vergadering te Trier in 1874 aanbevolen, omdat het een goede en mooie vrucht is  en omdat deze vrucht zeer geschikt is om als horizontale leivorm te kweken. 

Synoniemen:

 Baumann's Rode Winter-Reinette  

 Baumann's Reinette  

 Reinette Baumann

Vruchtvlees:  

Het vruchtvlees is mooi, vast en stevig van structuur. Zij is geelwit van kleur, een weinig sappig, lekker fris zuur, met weinig aroma.

Bewaren: 

Deze appel kan goed bewaard worden.

Formaat vrucht: 

De vrucht is bijna altijd plat en tamelijk breed, enkele malen wijkt ze enigszins af en is iets hoger, bereikt gewoonlijk een middelmatige grootte, ongeveer 7 ½ cm breed en 6 cm hoog, wordt in zeer enkele gevallen vrij groot. De schil is mooi glad, groen, met veel karmijnrode strepen of vlekken, sommige aan de zonzijde hangende vruchten zijn soms bijna helemaal rood. Tegen het rijpen wordt het weinige groen, dat zich aan de schaduwzijde bevind, mooi geel.

Plukrijp:

Eind oktober.

Consumptierijp:

November tot en met februari. 

Gebruik:

Het is een goede tweede klasse tafelappel. Voor keukengebruik en als  marktvrucht moet hij echter beslist een eerste klasse appel genoemd worden. Vooral om de kleur werd de Reinette Baumann steeds graag gekocht. Wel zijn de vruchten nog al eens gevlekt en misvormd.